Het beroep tandarts zoals wij dat kennen kreeg vorm in de 19e eeuw. In 1865 startte in ons land de medische opleiding tot tandmeester, pas in 1913 kwam de naam 'tandarts' in zwang. De behandelingen werden dankzij de betere opleiding en de toenemende medische kennis deskundiger.
Heel lang bleef op het platteland het trekken van kiezen en tanden het werk van de huisarts. Dat deed hij voor een bedrag van één gulden per tand of kies. In Hilvarenbeek vestigde de eerste tandarts zich pas na 1960. Hoewel vanaf de 19e eeuw patiënten met lachgas goed konden worden verdoofd, gebruikte de dorpsdokter doorgaans de kruidnageltang. Een bezoeker van ons museum vertelde dat zelfs lang na de Tweede Wereldoorlog hij bij een wortelkanaalbehandeling kruidnagelsap mee naar huis kreeg ter verdoving
In de 1e eeuw n. Chr. adviseerde Aulus Cornelius Celsus om patiënten vóór de behandeling eerst af te leiden. Een tactiek met eeuwigheidswaarde. In de 20e eeuw moest dokter Wiegersma uit Deurne bij een patiënt een kies trekken. Hij gaf de man een antieke schaal in handen en legde uit dat het ding peperduur was. Toen hij begon te trekken, liet de patiënt de schaal vallen. De schrik van het breken overtrof de pijn van de onverdoofde handeling.