Johann Mezger is de grondlegger van de fysiotherapie in ons land. Zelfs keizerin Sisi liet zich door hem behandelen. Rond 1900 taande het gezag van Mezger.
Dat had te maken met het door hem bedachte hamersysteem, een therapie die een einde zou maken aan tal van klachten. Conservator Jan van Eijck vertelt de rest. De hamer zelf kunt u bewonderen in ons museum.
Zijn ouders waren van Württemberg naar Amsterdam geëmigreerd.[1] Mezger werkte in de slagerij van zijn vader en volgde tegelijkertijd een gymnastiekopleiding aan de Inrigting voor Gymnastiek aan de Westermarkt. De jonge Johann werd hier in 1856 als kwekeling aangenomen. Aan dat instituut vond ook behandeling van skeletdeformiteiten als scoliose plaats onder leiding van de Amsterdamse stadsorthopedist dr. Dusseau, een groot stimulator van de heilgymnastiek. Door deze orthopedist werd zijn talent voor bewegingsleer opgemerkt en zijn medische studie gestimuleerd. Terwijl Mezger werkte, volgde hij een opleiding tot plattelandsgeneesheer, gevolgd door een studie medicijnen aan de universiteit van Leiden. Al tijdens zijn studie kreeg hij toestemming om Franse frictiemethoden te beproeven op patiënten met enkeldistorsies. In 1868 haalde hij zijn doctoraalexamen en in datzelfde jaar promoveerde hij op het 47 pagina’s tellende proefschrift De behandeling van distorsio pedis met fricties, waarop hij zijn verdere carrière zou baseren. De dure opleidingen kon hij alleen volgen dankzij de steun van anderen. Zijn ster als arts rees, hij doorliep een ongeëvenaarde carrière. Hij kneep, wreef en beklopte de ledematen van zijn patiënten met zijn 'gouden duimen'. Terwijl het de gewoonte was om lichaamsdelen stijf in te zwachtelen en absolute rust voor te schrijven, propageerde hij heilgymnastiek als methode om gekwetste ledematen te genezen.
Johan van Beverwijck was een Nederlandse dokter. In 1618 vestigde hij zich in Dordrecht.