Scheerbekken

Een kapper werd vroeger ‘barbier’ genoemd. Die naam komt van het Latijnse ‘barba’, baard. In het scheerbekken maakte de barbier het zeepschuim aan voor het scheren van een klant. De barbier was in veel gevallen tevens chirurgijn, dat is Grieks voor ‘handwerker’. In die functie werkte hij samen met de doctore. De werkverdeling was eenvoudig, de doctore stelde de diagnose, de barbier deed de behandeling. Aderlaten was één van de vaste klussen van de barbier en het scheerbekken zorgde voor het opvangen van het bloed dat vrijkwam.

Dating

1800-1850

Materials

Messing

Measurements

diameter: 14 cm

Terug